Welke rol speelt onze verbeelding in een creatief proces?

Jaak Hillen

artObe website



Als we spreken over het woord ‘verbeelding’, dan spreken we over een zielenproces. Het is een functie die zich binnen ons zielenleven, onze psyche, afspeelt. Daarvoor moeten we eerst de ziel aan een nader onderzoek onderwerpen, om deze functie van ‘het verbeelden’, beter te begrijpen. Het is niet de bedoeling om de visie die hier geschilderd wordt een plaats te geven in heel het wetenschappelijk onderzoek over de ziel. De referenties aan het einde van de tekst(1) verwijzen naar de nodige literatuur.
De ziel beweegt zich in hoofdzaak tussen een dubbele polariteit. Dit wil ik tonen door eerst verschillende niveaus van functioneren te beschrijven om daarna algemene tendensen te onderzoeken.

Er ontstaat een eerste niveau van functies die reeds in het zielenleven van een kind kunnen waargenomen worden: waarnemen – gewaarworden – begeren – handelen. Via de waarneming wordt het kleine kind dingen gewaar, die het nog niet kan plaatsen. De handelingen gebeuren vooral reflexmatig en worden beïnvloed door gewaarwordingen en door begeertes. Bij het waarnemen trekt de ziel zich terug uit de wereld ten gunste van het waargenomene. Een primaire vorm van waarnemen is ‘gewaarworden’. Dit doen de dieren ook. We worden gewoon geprikkeld door wat er in ons binnenkomt. Op die prikkels kunnen we al dan niet reageren. Aan de andere kant stort de ziel zich uit in de wereld via het handelen. We doen iets. Zeer dicht bij het handelen staan de begeertes en de driften, omdat zij zeer sterk met ons lichaam verbonden zijn. Daar het handelen via ons lichaam gebeurt, worden onze instincten geactiveerd. Dit heeft daarmee te maken dat in ons lichaam een aantal overlevingsreflexen zijn ingebouwd. Handelingen kunnen ook direct het gevolg zijn van waarnemingen, vooral instinctieve handelingen en reflexen. Iemand beweegt zijn hand naar mijn ogen en ik doe ze dicht. Iemand doet alsof hij mij gaat slaan en ik reageer.
Bij de mens schakelen andere functies zich tussen dit nog zeer primair niveau. Dit zijn het voorstellen, het oordelen en het beslissen. Hierdoor verwerven we meer vrijheid. Ik neem iets waar en stel me er iets bij voor. Een grote bewegende vorm kan een mens zijn of een gevaarlijk dier. De ogen van de een persoon worden langzaam herkend als de ogen van die moeder die altijd eten geeft. In mijn verleden hebben zich ‘voorstellingen’ met waarneming verbonden. Die voorstellingen zijn tot stand gekomen via ons oordeelsvermogen. Dit is een proces waardoor de dingen met elkaar in verband gebracht worden. Hetgeen ik me voorstel, kan al of niet door mijn oordeelsvermogen gecorrigeerd worden. Maar dat oordeel kan zich ook uitgieten in een beslissing om al dan niet te handelen. We nemen dus iets waar en we oordelen. Aan de hand van dit oordeel corrigeren we ons oude voorstellingen of we nemen een beslissing om al dan niet tot handelen over te gaan.
Nu gaan we verder naar een volgende niveau van functioneren of het derde niveau, dat van het denken, voelen en willen. Om tot een oordeel te komen maken we gebruik van ons denken, van wat we beleven en wat we willen.
Het ‘denken’ is een functie die er zich mee bezighoudt het waargenomene te begrijpen, begripskaders te bouwen, het wezenlijke van de dingen te verstaan, de waarheid te vinden. Dank zij het denken kunnen we efficiënt reageren en leven. Het denken ontstaat tussen mijzelf en het waargenomene. Het einddoel is het vinden van waarheid.
Het ‘gevoel’ ontstaat doordat ik mezelf beleef in relatie tot de dingen. Daar gaat het om de relatie. Bij het denken gaat het om het waargenomene zelf. Het denken is dus objectief. Bij het voelen gaat het om de relatie van mijn subject (met zijn ervaringen, oordelen, wensen, verlangens, karakter, gewoonten) met dingen rondom mij. Lagere gevoelens komen eerder uit het lichaam, hogere gevoelens komen tot stand via idealen, schoonheid, liefde, morele waarden. Hogere gevoelens zijn minder lichaamsgebonden. Dank zij onze gevoelens kunnen we relaties opbouwen en onderhouden.
De ‘wil’ ontstaat door mijn subjectieve relatie met de wereld zoals die moet worden. Deze kan gestuurd worden door morele waarden maar langs de andere kant ook door verlangens, begeerten en driften. De hogere wil wordt gestuurd door mijn intuïtieve visie over hoe de wereld er in de toekomst zou moeten uitzien. Dit zet me ertoe aan tot handelen over te gaan.
Een volgende niveau van functies maakt het nog beter mogelijk om in verbinding te komen met het geestelijke. Het denken, dat nog erg gebonden is aan de ratio, moet een nieuw beelddenken worden, dat niet meer de omweg hoeft te maken via het rationele denken, maar rechtsstreeks inzicht krijgt in het wezen van de dingen. We merken vandaag reeds dat er een overgang aan het plaatsvinden is naar dit soort van denken. Hierin spelen de moderne media een belangrijke rol. Onze beeldcultuur, die in feite een verruiming meebrengt van onze uitdrukkingsmogelijkheden, ook van onze taal, zal dit in de hand werken. De beeldcultuur zal het beelddenken in de hand werken. Het grote werk zal zijn, dat we de beelden zullen leren verstaan zodat het beelddenken geen vrij fantastisch medium wordt, maar een exact medium. De taal blijft een geschikt middel om beelden tot uitdrukking te brengen zolang ze niet verdroogt, ten prooi gevallen aan het rationalisme. De kunst, vooral de woord-kunst, heeft hier een belangrijke opgave.
Het gevoel, dat vaak eng verweven is met onze begeertes, zal langzaam evolueren naar een inspiratief beleven. Geïnspireerd zijn we dan door onze warme verbinding met een situatie, zodat we ons innerlijke wezen tot uitdrukking kunnen brengen. We laten ons drijven op de stroom der dingen. Momenten van inspiratie kunnen gemakkelijk in de hand gewerkt wordt via de kunst, vooral door de muziek. Dit schijnt een goed medium te zijn om ons met het NU in verbinding te brengen, waar die momenten van inspiratie plaatsvinden.
Dan is er nog de intuïtie. Een situatie zodanig doorzien dat men op het juiste ogenblik, op de juiste plaats het goede kan doen, dat is voor mij intuïtie. Een intuïtieve daad vereist dat men een stuk vooruit kan zien in de toekomst. Men ziet de gevolgen van zijn daden. Men weet hoe het de wereld zal beïnvloeden en men staat daar ook achter.
Deze laatste functies brengen ons in verbinding met werelden die niet meer tot de ziel zelf behoren. Dit zijn de wereld van de ideeën(of van de waarheid), de wereld van mijn eigen wezen en de wereld van de vormkrachten van de wereld. Dit vraagt om nadere uitleg.

De wereld van de waarheid wordt voortdurend door de wetenschap benaderd. Dat één plus één twee is wordt door weinig mensen nog in twijfel getrokken na de Oude Grieken. De formule van Einstein schijnt op waarheid te berusten, anders zou je er niet mee kunnen werken. Die waarheden, die natuurlijk nooit de volledige waarheid zijn, zullen ook zonder mij blijven verder bestaan, evenals de wereld. Daarom behoren ze niet meer tot het gebied van de ziel. Maar we kunnen er via ons denken wel greep op krijgen. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat we deze waarheden zelf produceren in onze hersenen. Als dat klopt, hebben we de wereld ook zelf geproduceerd. Als de wetmatigheden van de plantengroei louter door onze hersenen zouden geproduceerd worden, dan zouden de planten er geen gebruik van kunnen maken, tenzij er een verbinding is. De vraag is dan of de waarheid, over een plant, uit het wezen van de plant zelf komt of uit onze hersenen. Als ze uit onze hersenen zou komen, hebben wij de plant zelf gecreëerd. Dan zijn wij de scheppers. Als de wetmatigheid inherent met de plant verbonden is dan hebben we ze via ons denken waargenomen. In dat geval zijn onze hersenen een waarnemingsorgaan voor de ideeën of voor de wetmatigheden die de wereld schijnen te beheersen.
De wereld van de hogere gevoelens, wordt vooral door de kunst benaderd. De hogere gevoelens zijn altijd met de mens zelf verbonden, met het feit dat hij meer zichzelf kan worden. Anders als in het denken ben ik bij het voelen zelf van de partij. Daar ligt de kern van het hogere voelen, dat ik hogere vormen van mezelf, van mijn ‘mens zijn’ op het spoor kom, van delen van mezelf die nog niet geboren zijn of die zich nog niet gerealiseerd hebben. En dat zelf ontwaakt, of kan zich ontwikkelen door de uiteenzetting met de wereld. Het wordt erdoor gereflecteerd. Dat is volgens mij ook het wezen van kunst, de ware mens die zich tracht te ontwikkelen en hiervoor de nodige middelen ontwikkelt. In die zin is kunst in de waarste zin ‘zelfrealisatie’. Vanzelfsprekend moet er tegelijkertijd afgerekend worden met oudere vormen die in het verleden verstard zijn. Joseph Beuys noemt het nieuwe ‘het Bewegende’, of, het levenscheppend, het ziele en geest ontwikkelende. Vroeger zei men dat de kunst het ‘schone’ in de wereld brengt. Wat is er mooier dan de mens zelf, een geboorte, een kind, elkaar liefhebbende, momenten waar het eigene zelf puur kan zijn. Daarom is het individuele zo belangrijk in de kunst, vooral vandaag. De mens die zijn eigen missie volbrengt.
Natuurlijk zullen ook religieuzen zeggen dat ze dit hogere beleven zoeken. Toch ligt het wezen van spiritualiteit (vroeger van de religie) meer in het scheppen van een betere wereld, volgens mij, in het goede te doen, in de moraliteit. De religie heeft een heel grote rol gespeeld in de opvoeding van de Wil. Omdat de wil meer en meer van binnen uit moet opgevoed worden, komen oude vormen van religie in gedrang. De vraag is waar die moraliteit vandaan komt. Die komt volgens mij van die krachten die de wereld vorm geven. Goed is, wat er op dit ogenblik, op deze plaat zou kunnen gebeuren om de wereld vooruit te helpen. Het zijn de vormkrachten van de wereld die zich in onze wil uitgieten. Natuurlijk kan je ook hier weer zeggen dat wij het zijn die de wereld vormgeven. Dat klopt waarschijnlijk ook, maar dan moeten we er vanaf het begin reeds bij geweest zijn. Je kan ook zeggen dat alles door toeval ontstaan is. Dat kan ook kloppen maar dan zou ik toch eens naar die wetmatigheden in dat toeval gaan zoeken. De darwinisten zeggen dat de sterkste overleefd. Wat is dan sterk? Ik denk, dat diegene die het meest ‘mens’ blijft, overleeft, omdat hij het soepelst blijft, het jongst, zich het best kan aanpassen en op die manier niet verhard, omdat hij het best kan samen leven en werken, omdat hij niet de behoefte heeft de ander kapot te concurreren. De hogere wil overstijgt de primaire levensdriften. Ik denk dat je het wezen van de hogere wil op het spoor komt door wetmatigheden in gebeurtenissen te bestuderen. Dit kunnen individuele gebeurtenissen zijn maar ook wereldgebeurtenissen. In die zin heeft die hogere wil een sterke relatie met de tijdsgeest en met het vormen van culturen. Want hierin kan je aflezen hoe de wereld bestuurd wordt, onafgezien van het feit wie er stuurt. In onze eigen biografie kan datgene wat we in wezen willen, afgelezen worden aan ons levenslot.
Evenmin als het denken, voelen en willen gescheiden functioneren, zijn deze werelden gescheiden.

Schematisch kunnen we het geheel als volgt voorstellen.

wereld der Ideeën ons eigen Wezen het Wezen van de wereld
________________________________________________________
imaginatie inspiratie intuïtie

denken voelen willen

voorstellen oordelen beslissen
waarnemen, gewaarworden verlangen, begeren handelen
________________________________________________________
de wereld der dingen, instincten, reflexen het lichaam

Verdere uitleg:


• De lagen 1 en 6, behoren niet meer tot het zieleleven. We kunnen de eerste rij ‘het geestelijke’ noemen. Rij 2,3 en 4 noemen we het zieleleven en rij 5 is de wereld van het fysieke. Via de ziel ontstaat er een verbinding tussen de wereld van de geest en de fysieke wereld. De geestelijke wereld zie ik niet als een wereld die boven onze wereld staat. Integendeel ze is er op die wijze mee verbonden als polariteiten met elkaar verbonden zijn. Zonder bergen zouden er geen dalen zijn, zonder licht geen donkerte, zonder lichtheid geen zwaarte, zonder onvrijheid geen vrijheid. Je zou het ook anders kunnen zeggen. De geestelijke wereld is op dezelfde wijze met de fysieke wereld verbonden als het getal oneindig met de getallen. Alleen de mens kan de reeds bestaande verbinding tot bewustzijn brengen. Zo realiseert hij zichzelf. En de wereld kan via hem verder evolueren. Dit geeft een beeld van de verticale polariteit, van materie en geest.


• De functies in de linkse kolom zijn objectgebonden. Via het denken, het voorstellen en het waarnemen bepaal ik mijn standpunt t.o.v. de wereld. Ik verander er niets aan maar neem afstand en bekijk de dingen van buiten uit. De functies van de rechtse kolom zijn lichaamsgebonden (of situatiegebonden omdat ik me via het handelen altijd in een situatie bevind waarin meerdere factoren een rol spelen). Deze functies realiseren zich via ons lichaam en ons innerlijk wezen. De beslissingen of handelingen gaan door ons heen of wij gaan door de dingen heen. Via de wil, het beslissen en het handelen verbind ik me met de wereld. Ik verander iets aan de wereld in tegenstelling met de functies uit de eerste kolom. De functies van de middelste kolom zijn subjectgebonden, m.a.w. ze zijn met ons psyche verbonden zoals we dat zelf beleven, subjectief dus. Via het voelen, oordelen en gewaarworden bepaal ik mijn relatie met de wereld. Ik treed met de wereld in ontmoeting in het hier en nu. Een ontmoeting is anders dan het volledig induiken in iets. Ze laat vrijer en komt van twee kanten. Ze gaat samen met een in- en uitademingproces. Doordat deze ontmoeting er is kan ik zowel mijn standpunt bepalen (kolom 1) als me met de wereld verbinden (kolom 2) omdat er een momentane wisselwerking is. Zonder de mogelijkheid tot ontmoeten zou het denken verstarren en zou het handelen gaan woekeren.


• Het denken, voorstellen en waarnemen maken gebruik van de zenuw-zintiug pool in ons lichaam. De wil en het handelen maken gebruik van het stofwisselings-ledematen systeem. Het voelen, oordelen en gewaarworden zijn meer met het hart-longen systeem verbonden. In de linkse kolom richten we onze aandacht naar buiten om van binnen te veranderen, in de rechtse kolom richten we onze aandacht naar binnen om buiten iets te veranderen. In de middelste kolom is er een ritmisch in – en uitademen tussen binnen en buiten.


• Uit de hierboven beschreven punten komt de dubbele polariteit tot uiting. In het schema kunnen we dat de verticale en de horizontale polariteit, of beweging, noemen.
In een horizontale beweging bouwt de ziel een relatie op tussen onszelf en de buitenwereld. Ze pendelt er tussen binnen en buiten. Via de waarneming is men voor een deel aan de buitenwereld overgeleverd. De wereld verandert iets in ons. Via het handelen werkt men door zijn eigen lichaam en wezen. Wij veranderen iets in de wereld. De uitwisseling tussen binnen en buiten gebeurt in het midden, hier en nu.
In een verticale beweging bouwt de ziel een relatie op tussen het materiële en het geestelijke. Deze beweging is meer op ‘ontwikkeling’ gericht. Alles wat fysieke vorm aannam, heeft zich in het verleden reeds verdicht. Het bestond reeds lang voor dat wij er waren. Wat geestelijk leeft, heeft zich voor ons (nog) niet gerealiseerd. De idee van de oerplant van Goethe moet zich op ieder ogenblik opnieuw realiseren. Moest die reeds gerealiseerd zijn, zou ze tot het verleden gaan behoren en ophouden te bestaan. Geïnspireerd worden we door datgene wat zich wil realiseren. Wat we reeds kennen kan geen bron van inspiratie zijn, wat niet wegneemt dat het weer bron kan worden doordat we het opnieuw bevragen. Het zich realiseren van het geestelijke in ons, gebeurt ook weer in het ‘hier en nu’, in het middengebied. De ontmoeting tussen geest en materie vindt in het centrum van de ziel plaats en komt daar tot bewustzijn.
De twee bewegingen stromen samen in het centrum van de ziel, in het ‘hier en nu’. Daar ontstaat een andere dimensie die ruimte en tijd overstijgt, een soort vacuüm, een oog van de naald, het oog van een storm, een draaikolk die ons meeneemt naar wat men noemt, de stilte. In het centrum van de ziel, in ons hart, is een punt gelegd waardoor we boven onszelf kunnen uitstijgen, of juist ons zelf kunnen ontmoeten. Ik ontmoet mezelf in het centrum van de ziel, hier en nu. Waarschijnlijk ligt daar de sleutel tot menselijke vooruitgang, niet in de geest of in de materie, niet in de wereld van de waarnemingen of in onze eigen binnenwereld, maar in het hier en nu, in de synthese, in onszelf. Dus moeten we methodes ontwikkelen om tot die synthese te komen, om het eigen zelf meer plaats te geven.
In het verleden zijn reeds zeer veel methodes ontwikkeld om de ziel te ontplooien. Maar hoe doen we dat vandaag? Dat blijft een verder te onderzoeken gebied.


• Alle functies lopen op ieder moment volledig door elkaar. Zo een schema ontstaat door het ‘denken’ over de ziel. De ziel zelf be-vindt zich op haar hoogtepunt als alle functies verenigd functioneren.
Bijvoorbeeld. Een handeling kan door een gedachte gestuurd worden, door een waarneming, door een begeerte, door een beslissing, door een morele intentie. Evengoed kan een gedachte door een waarne-ming, door een voorstelling, door een oordeel, door een gevoel als door een pure Idee, tot stand komen. Zonder het denken kunnen er geen besluiten genomen worden, omdat de gedachte het sturende principe vormt in het besluit.
Een mens is slechts gezond indien hij in staat is voortdurend tussen de polariteiten heen en weer te pendelen, iedere keer het middengebied kruisend. Je zou het ook anders kunnen zeggen. Een gezond mens zetelt in het middengebied en gaat van daaruit op zoek naar de polariteiten. Een gezond mens zetelt in zijn hart, het punt waarnaar we wijzen als we ‘IK’ zeggen. De vraag is of dit moet gerelativeerd worden.. Dit is in ieder geval een Christelijke opvatting. Er zijn ook nog andere centra in de ziel die via oefening en meditatie geactiveerd en geperfectioneerd kunnen worden. Hiervoor zijn in de loop der tijden massa’s technieken ontwikkeld. Deze centra worden de chakra’s
genoemd. Het centrum waar hier over werd gesproken tot nu toe, is het ‘hart chakra’. Naar beneden toe hebben het zonnegevlecht, het hara en het stuit chakra. Naar boven toe zijn er het keelchakra, het derde oog en het kruinchakra. Voor meer uitleg hieromtrent kan ook weer de desbetreffende literatuur geraadpleegd worden omtrent de werking van ‘chacras’.
Dit zich doordringen van de zielenfuncties is absoluut en zelfs een noodzaak. Het is niet voldoende om een begeerte te ontwijken of te verdringen. Om ons te ontwikkelen moeten we ze transformeren, d.w.z. ze doordringen met bewustzijn. Het hogere moet het lagere doordringen en omgekeerd. Anders zouden we allemaal heiligen op een sokkel worden of overgeleverd blijven aan onze driften.
Hetzelfde geldt voor de waarneming. Deze is een natuurlijke poort naar het fysieke toe. Door ze te scholen transformeert ze zich tot ‘zien’. Dit bereiken we niet door met gesloten ogen te mediteren en ons te trachten van al het zintuiglijke af te sluiten, maar door het waarnemen te intensiveren en te oefenen, wat niet wegneemt dat mediteren soms zinvol kan zijn.


• De woorden die gekozen zijn binnen dit schema kunnen voor de ene of de andere nog andere betekenissen hebben. Vandaar zijn er verschuivingen mogelijk. De functies zijn sowieso niet scherp af te lijnen.


De verbeelding.

Tot hier een kort overzicht in het functioneren van de ziel. Alleen het woord ‘verbeelding’ kwam niet aan bod.

Wat is verbeelding?


Verbeelding refereert volgens de Van Dale naar, “ het vermogen zich willekeurige zaken en toestanden in de geest als reëel voor te stellen, synoniem: fantasie, verbeeldingskracht”
In het verbeelden zie ik verschillende componenten.


• Het instrument dat onze verbeelding gebruikt om de beelden op te projecteren is het voorstellingsvermogen. We halen ons dingen voor de geest zodat ze bijna tastbaar worden. We maken ze als het ware zichtbaar of tastbaar voor onszelf. Het voorstellingsvermogen is sterk met de zintuigen verbonden. Afhankelijk van het zintuig waarmee de voorstelling verbonden is, zien die voorstellingen er anders uit. We hebben dus voorstellingen in beelden, klanken, geuren, woorden, smaken, bewegingen, gevoel, gedachten, …. Het lijkt of ‘de voorstelling’ een verlengde is van onze zintuigen naar binnen toe. Zonder dit voorstellingsvermogen zouden we onmogelijk kunnen waarnemen wat er zich binnen in ons afspeelt.


• Een andere component van de verbeelding is de bron waar onze beelden vandaan komen. Als we kijken naar de beschrijving van de ziel, dan is het niet moeilijk te verstaan dat de bron van onze beelden zich in alle hoekjes en gaatjes kan bevinden. De beelden kunnen werkelijk overal vandaan komen. Denk maar aan zin om te eten, aan seks, aan verliefdheid, aan hoge idealen, aan ogenblikken van inspiratie, aan zintuig indrukken en herinneringen, aan gedachten.Onze beelden kunnen werkelijk overal vandaan komen. Het ligt er maar net aan welke laag van onze ziel actief is.


• Volgens mij is er nog een derde component, het fantaseren zelf. Onze fantasie wordt gevoed door bepaalde lagen uit de ziel. Alleen is de vraag wat we ermee doen. Deze kracht van ‘het fantaseren’ bevindt zich tussen de bron, waar de beelden vandaan komen, en het instrument, het voorstellingsvermogen. Daartussen vind de acti-viteit van ‘het verbeelden’ plaats. Daar hebben we zelf greep op. Meer bewustzijn brengt meer vrijheid mee. Door bewuster te worden zien we ten eerste beter waar de beelden vandaan komen. Ten tweede leren we ons instrument, het voorstellingsvermogen, beter hanteren en verfijnen via oefening, net als een graficus zijn potlood meer leert hanteren door te tekenen. Ten derde worden we vrijer door als bewust ‘spelende’ mens nieuw te scheppen uit wat in ons fantasieleven van buiten en van binnen bepaald. Het fantaseren is de creatieve component van de verbeelding.

 

Wordt vervolgd.


Alle Titels


De vier lagen van een kunstwerk.

 

Hoe werkt kunst?

 

De vier hoekstenen van een kunstwerk.

 

De kunstenaar in jezelf.

 

Hoe werkt intuïtie? De samenhang tussen een beeldbewustzijn en intuïtief handelen. Hoe draagt kunst hiertoe bij? 

 

Waar komen onze beelden vandaan?

 

Welke rol speelt onze verbeelding in een creatief proces?

 

Creatieve Processen verder verdiept. (wordt verder uitgewerkt)

 


Literatuur.


Laatst bijgewerkt: dinsdag 16 oktober 2007.